| Wie dit jaar 50 wordt, moet toch twee jaar extra werken |
|
woensdag 28 oktober 2009 |
Mensen die dit jaar
50 zijn of worden, dachten bij de verhoging van de AOW-leeftijd één jaar langer
door te moeten werken. Ze moeten echter twee jaar langer door, ontdekte dagblad
Trouw. Een woordvoerder van minister Donner van Sociale Zaken bevestigde deze
lezing vervolgens.
In 1959 werden 239.000 jongetjes en meisjes geboren. Het
zijn de 49- en 50-jarigen van nu. Over vijftien jaar heeft dat uiterste randje
van de babyboomers de leeftijd van 65 bereikt. In de berichtgeving over het
AOW-besluit van het kabinet werd de suggestie gewekt dat zij tot de laatste
leeftijdsgroep horen die niet twee jaar langer hoeft door te werken. 50- tot
55-jarigen hoeven maar één jaar langer door, was de unanieme boodschap uit alle
hoeken van de coalitie. De generatie die in 1960 of later is geboren, zou de
eerste zijn die tot 67 door moet werken, stond in de kranten en werd tot
gisteravond in de journaals gemeld.
Maar een tweede blik op de regeling leert dat wie dit jaar
50 wordt níet wordt ontzien. Hoe zit dat?
De AOW gaat in 2020 naar 66 jaar. Wie in 2019 of eerder 65
wordt, kan onmiddellijk met pensioen. Dat zijn mensen die op dit moment 55 jaar
of ouder zijn, of dit jaar nog 55 worden. Dus wie op 1 januari 2010 al 55 jaar of ouder is,
merkt niets van de nieuwe AOW-regeling.
De tweede stap gaat in 2025 in. Dan wordt de AOW-leeftijd 67
jaar. 2024 is het laatste jaar waarin mensen op hun 66ste met pensioen kunnen.
Wie dat jaar 66 wordt, wordt dit jaar 51. De 51-jarigen van nu zijn dus de
laatste groep die niet de volledige twee extra jaren moeten doorwerken. De
50-jarigen van nu zijn de eersten die volledig met de nieuwe regeling te maken
krijgen.
Vroege starter op
arbeidsmarkt denkt er eerder uit te kunnen.
De 17-jarige timmerman die na het vmbo - in eerste instantie
met begeleiding - vol aan de bak moet, kan op zijn 67ste vijftig jaar aan
het werk zijn. Waarom moet zo iemand hetzelfde worden behandeld als iemand die
lang studeert en daarna mogelijk ook nog meer gaat verdienen?
In de discussies die de afgelopen maanden over een hogere
AOW-leeftijd werden gevoerd, kwam die verontwaardiging steeds terug. Het
kabinet zegt oog te hebben voor mensen die vroeg zijn begonnen met werken.
Daarom heeft het afgesproken dat in 2020, als de regeling van start moet gaan,
65-jarigen die dan kunnen aantonen dat ze de laatste vijftien jaar van hun
leven minstens drie dagen per week hebben gewerkt, eerder kunnen stoppen met
werken. Ze krijgen dan wel fors minder AOW en aanvullend pensioen.
Elk jaar komt daar een jaar bij. Wie in 2021 65 wordt, mag
alleen eerder stoppen als hij de laatste 16 jaar onafgebroken heeft gewerkt, in
2022 moet hij de laatste 17 jaar hebben gewerkt, enzovoort. Uiteindelijk zijn
we in 2047 op de 42 jaar onafgebroken werken aangeland. Vanaf dan wordt er niet
meer doorgeteld, en hoeft het niet meer te gaan om onafgebroken werken. Wie
sinds 2005 minstens 42 jaar heeft gewerkt, kan dan eerder stoppen.
De bouwvakkers van nu die op hun 17de zijn begonnen hebben
geen voordeel van hun eerste arbeidsjaren. Alleen voor wie 21 of jonger is en
in 2005 is begonnen met werken, tikken de jaren mee.
Lage inkomens denken
compensatie te krijgen voor eerder stoppen.
Wie vanaf 2020 toch op zijn 65ste wil stoppen met werken,
wordt flink gekort. De AOW wordt zo'n 8 procent lager per eerder gestopt jaar.
De aanvullende pensioenen een percentage daar in de buurt, verwacht minister
Donner van sociale zaken.
Die kortingen zijn blijvend. Zakken mensen door eerder te
stoppen onder het bestaansminimum, dan kunnen ze niet eerder stoppen. Hun
pensioenen worden dan niet aangevuld tot minimumniveau. Toch was donderdagavond
de boodschap dat mensen met lage inkomens worden gecompenseerd. Hoe zit dat nu?
Het kabinet wil een inkomensafhankelijke arbeidskorting voor
oudere werknemers in het leven roepen. Volgens het kabinet draagt die korting
op de belasting er toe bij om het eerder stoppen met werken ook voor mensen met
lage inkomens mogelijk te maken. Ze zouden het geld daarvan namelijk op kunnen
sparen en gebruiken om de blijvend lagere AOW- en aanvullend pensioenuitkering
op te vangen.
Er is dus een compensatie voor mensen met lage inkomens,
maar die is niet gunstiger als ze eerder stoppen met werken. Dan raken ze die
juist kwijt.
Bron: Trouw
|