bannerlinks

verstuurprint
‘Ik ga liever vooruit dan dat ik sta’

Lindy van Hooydonk over de geschiedenis van CIPO

In 1990 belandde een zekere Lindy van Hooydonk bij het SOWOG, een koepel van Haagse sociale en welzijnsorganisaties, zonder wellicht te beseffen dat die toetreding een groot deel van haar (werkzame) leven zou tekenen. De overgang was in elk geval groot: van een klein (zeven medewerkers) bedrijf dat zich bezighield met bedrijfsgerichte opleidingen en de inventarisatie daarvan in Nederland, stapte ze over naar een organisatie waar driehonderd mensen werkten. ‘Ineens was ik alleen maar radertje in het geheel. Daar moest ik erg aan wennen.’ En er zou nog veel meer volgen waaraan ze moest wennen – tot de dag van haar afscheid van alles wat voortkwam uit dat SOWOG en haar werk voor die organisatie.

lindy‘Voor ik bij het SOWOG kwam, maakte ik boeken en een database. Het was de begintijd van de automatisering, dus ik heb daar gezien de beperkte omvang van het team ook systeembeheer gedaan. Maar vooral was ik daar informatiespecialist, en daar heb ik mijn liefde aan overgehouden voor het uitgeversvak. De vele gidsen die CIPO in de loop der jaren is gaan maken en uitgeven, vooral de Sociale Gids, waren mijn kindjes.
Die Sociale Gids werd al sinds eind jaren vijftig uitgegeven door het maatschappelijk werk, maar is op zeker moment overgenomen door het SOWOG. Dat was toen de koepel van het welzijnswerk en ouderenwerk in Den Haag, gezeteld aan de Torenstraat. Het was een fusie van twee organisaties, waaronder het gecoördineerd ouderenwerk. SOWOG had toen ook al een informatiepunt voor ouderen binnen zijn muren, op de begane grond waar nu MEE zit. Ik was daar bibliothecaris en publieksvoorlichter.
Na een jaar werd duidelijk dat de bibliotheek van het SOWOG niet zou blijven bestaan en ik ben toen begonnen een elektronische database op te zetten. Iemand kwam me vertellen hoe dat moest, maar verder heb ik dat het helemaal zelf ter hand genomen. Van bibliothecaris en publieksvoorlichter werd ik ook documentalist en informatiespecialist. Die database werd de voorloper van de huidige Vraagwijzer van CIPO, en werkte toen nog onder DOS in Freebase. Het was een fulltext database en je kon er alles mee, een geweldig systeem. Stel je voor: toen we hem moeten converteren van Freebase naar WordPerfect, kwam een deel van de informatie niet mee!
Ik heb er puur informatiewerk uitgevoerd, maar we deden natuurlijk nog veel meer. We organiseerden toen ook al de Haagse ouderendag, die nu de 55+ Beurs heet en toen nog informatiemarkt voor ouderen heette. Waarschijnlijk heeft SOWOG in 1985 de eerste georganiseerd, in de Grote Kerk. In 1991 heette hij Blijf erbij en vond hij plaats in de kelder van het Congresgebouw. We deden alles zelf: stands inrichten, tafels neerzetten, de vloer uittekenen, de zaal versieren, de catering – alles! We beschikten daarvoor over een pool van 25 vrijwilligers en een budget voor secretariaat en het podiumprogramma dat door SOWOG werd verstrekt. Ik herinner me nog dat we een soort prijsvraag organiseerden om mensen te lokken, waarbij ze alle mogelijke kunstwerken moesten inleveren. Bij elkaar kregen we geloof ik tien inzendingen!
Een van de eerste acties die we uitvoerden was Val veilig. We maakten ook veel foldermateriaal voor de Haagse ouderenwerkers. Dat was toen nog echt knippen en plakken, computersoftware die zoiets kon vormgeven was er nog niet. En je sjouwde met slappe floppy’s van de ene naar de andere computer. Zo pionierden we verder in die jaren.

Zelfstandig
SOWOG was in de loop der jaren een heel grote club geworden, en dat betekende ook het einde van de organisatie toen er een grote fraudezaak losbarstte rond SHS, het Haagse sociaal-cultureel werk. De gemeenteraad wilde toen juist af van grote organisaties en er volgde juist weer een periode van sterke decentralisering. Er kwamen in zeven stadsdelen decentrale welzijnsorganisaties (DWO’s) met maatschappelijk werk, sociaal-cultureel werk en het SOWOG. Alle ouderenwerkers vielen onder een poot gecoördineerd ouderenwerk. Het was echter ook het moment dat enkele onderdelen buiten de boot vielen, waaronder het centraal informatiepunt ouderen. Die werden min of meer verzelfstandigd. Er bestond lang onduidelijkheid over wie er mee mocht naar de DWO’s en wie in de Torenstraat bij de zelfstandigen mocht blijven. Dat laatste jaar was daardoor niet leuk en kende nogal wat haat en nijd. Bertine Melzer werd de leidinggevende van het informatiepunt voor ouderen. Zij was al de voortrekker geweest van de ouderenpoot die een van de ‘zuilen’ van het SOWOG was geweest.
Dat toenmalige CIPO was eigenlijk alleen maar bedoeld tijdelijk te zijn. Het idee van de gemeente was eerst de DWO’s goed op te zetten, en dan na twee jaar de oudereninformatie ook over die DWO’s te verdelen. Toen in maart-april 1994 de subsidieformulieren voor het volgende jaar verspreid werden, kregen wij die dus niet meer! We hadden echter een fel bestuur en dat is met Bertine en mij naar de wethouder gestapt. We hebben gevochten voor het voortbestaan van de organisatie, en het tijdelijkheidsbesluit werd verworpen. Uiteindelijk bleek ook dat de DWO’s geen ruimte hadden voor het informatiewerk dat wij deden, dus er was ook echt bestaansrecht voor ons.
Binnen het SOWOG was er ook een wooninformatiepunt geweest, het WINFO, dat eenzelfde lot leek te wachten, maar eveneens een vrij sterke overlevingsdrang had. Het WINFO zag in een samengaan met CIPO de mogelijkheid tot een gezamenlijk informatiepunt. Door dat alles waren er ook al bestuursleden en conceptstatuten beschikbaar. Op 1 januari 1993 werden we zelfstandig. Stichting CIPO heette de nieuwe organisatie toen al, met een nieuwe eigen huisstijl en een eigen kantoor op de derde etage van de Torenstraat.
Daar kregen we heel veel telefoontjes, want, heel slim: we hadden het oude telefoonnummer van het SOWOG overgenomen, dat bij heel veel mensen bekend was. Bovendien gebruikte ook het toenmalige indicatieorgaan het voormalige telefoonnummer van het SOWOG, dus daar kwamen ook veel belletjes voor binnen. Daar hadden we onze handen vol aan, maar erg was dat niet. Wij konden dan zeggen: wij zijn CIPO, we beantwoorden vragen, kunnen we u helpen, enzovoort. Eigenlijk was dat alles een prima pr voor CIPO en voor de naamsbekendheid.
We zijn ook verder gegaan met de database en besloten die extern te gaan aanbieden. Remember, dit was nog vóór internet bestond, dus het was een stand alone database. Die zijn we gaan uitzetten onder de naam CIPO Semafoor. Het ouderenwerk Scheveningen was de eerste dat onze database wel wilde kopen. Daarvoor moesten ze een betaald abonnement nemen voor de database, updates en cursussen. Vanuit Scheveningen trok de database ook over de andere stadsdelen, behalve Escamp; dat wilde iets anders, wilde het zelf doen. Ik kwam overal met de database en heb ook cursussen gegeven.
In totaal hadden we twee formatieplaatsen en vier medewerkers: directie, pr en communicatie, publieksvoorlichting/database en bibliotheek. Bertine is drie jaar directeur geweest, tot haar gezondheid dat onmogelijk maakte. Zij had diabetes en drie dagen voor de ouderendag van 1995 raakte zij in een coma, belandde van de ene op de andere dag in de ziektewet en is niet meer teruggekomen. In 1997 ben ik officieel aangetreden als directeur, maar ik had toen wegens de ziekte van Bertine al twee jaar waargenomen.

Stadhuis
In die tijd werd ook het nieuwe stadhuis gebouwd en daar zouden wij samen met onder meer het Regionaal Patiënten Consumenten Platform een informatieruimte in het Atrium betrekken. De eerste bouwtekeningen hielden de belofte van een aparte ruimte in, maar de samenwerking met de partners ging niet door wegens tegenstrijdige belangen van de besturen en de bouwtekeningen werden uiteindelijk ook anders. Zo kwamen we wel in het Atrium te zitten, maar achter een vierkante balie tegenover de receptie. Ondertussen bleef ons kantoor overigens achter in de Torenstraat. We hebben tien jaar lang tussen die twee locaties gependeld! Goede roosters voor beide punten waren van groot belang, vooral omdat we nog steeds met slechts vier medewerkers werkten. Op een gegeven moment kwam er wel uitbreiding voor de balie, zodat daar altijd twee mensen beschikbaar voor waren.
De nieuwe informatiebalie was centraal en op de begane grond, een hele verbetering vergeleken met de derde etage aan de Torenstraat, maar hier waren weer heel andere problemen. We zaten in een donkere hoek en het bleek er erg onveilig te zijn. Dat merkten we vooral op vrijdag, als de uitkeringen werden verstrekt aan de daklozen en verslaafden. Junks doken plots achter de balie op en glipten achter ons langs, om te kijken of er niet een tas te roven was of een lade openstond. Een aantal keren zijn we inderdaad bestolen. Er zijn daar ook wel eens vechtpartijen voorgevallen, pal voor onze neus. Kortom, bizarre omstandigheden. Op den duur vatte dan ook het idee post: we moeten hier weg. Uiteindelijk zijn we naar de bibliotheek verhuisd. Daar kregen we een balie op de begane grond, waar we ca. twee jaar hebben gezeten. De directeur van de bibliotheek dacht dat er veel mensen zouden langskomen die dan ook zijn instelling zouden bezoeken, maar realiseerde zich niet dat wij vooral telefonisch vragen beantwoordden.

Doe!
De activiteiten zijn geleidelijk uitgebreid. De eerste jaren onder Bertine waren we nog in opbouw, met die vier medewerkers en een ouderendag die steeds een andere naam droeg en in een andere periode plaatsvond. We deden altijd het ene jaar de samenstelling en uitgave van de Sociale Gids en het andere jaar de organisatie van de ouderendag. Die van 1993 is in feite de eerste van CIPO zelf geweest. We waren nog een vrij statische organisatie: we maakten de database, gaven het kwartaalblad Ouder en Wijzer uit, organiseerden de ouderendag, stelden de Sociale Gids samen, maakten folders en we hadden de informatiebalie.
Dat is allemaal langzaam gaan veranderen sinds in 1996 het ‘mantelzorgwezen’ bij ons aanklopte. Dat wilde een meldpunt mantelzorg opzetten, en of wij dat wilden doen. Dat zijn we gaan doen en daarna en na een wisseling van de wacht op de wethouderspost kwam er meer. Ik had sterk het gevoel: we moeten alles aanpakken. Daardoor zijn we geëvolueerd naar een soort projectbureau. Dat begon met de samenstelling van foldermateriaal, een eerste vervoersgids, een gids voor de mantelzorg. Het was in feite werk van en voor de gemeente, maar CIPO voerde het uit. In de even jaren, als er geen ouderendag was, organiseerden we in de bibliotheek een kleine thematische informatiedag. Allerlei samenwerkingsverbanden ontstonden. Dat is onze redding geweest: me moesten niet statisch blijven, was ook het credo dat de ambtenaren ons toevoegden. Doe! We kregen wel steeds meer subsidie, maar één verandering in het gemeentebestuur of het ambtenarenapparaat zou voldoende zijn geweest om ons einde te bezegelen. Dat moesten we vóór blijven, kortom, veel aanpakken en overal onze neus laten zien. Sommige projecten liepen een of twee jaar, en zo groeiden personeelsbestand en -structuur ook geleidelijk en natuurlijk.

Opzetten
Het borrelde vanaf dat moment heel erg. Niets was zeker, maar het was ook vreselijk leuk om in die omstandigheden te werken. In 1998 hebben we de eerste Mantelzorgdag georganiseerd. En vanaf 2000 zijn we voor het eerst met fondsen gaan werken, er moest geld van buitenaf bij voor allerlei projecten. Het Fonds 1818, toen nog het VSB Fonds Den Haag, is van begin af aan een belangrijke partner geweest. En er kwam een stuurgroep van alle organisaties die bij de mantelzorg betrokken waren, die besloot dat er steunpunten moesten komen, een pr-beleid, enz. Lang is er nog een gedachte geweest dat steunpunt onder CIPO te detacheren, maar daarover ontstond strijd met de thuiszorg. Het bleek niet zo’n handige constructie te zijn. Uiteindelijk heeft de Stichting Mantelzorg het meldpunt bij ons weggehaald. We gingen toen wel de pr voor de stichting doen en een gedeelte van de ondersteuning vanuit onze balie waarvoor we nog steeds budget ontvingen, maar het was toch een forse financiële aderlating. Iets dergelijks is gebeurd met het project Zorgvrijwilligers Den Haag. Dat was een initiatief vanuit de gemeente om meer ondersteuning te bieden aan vrijwilligers in de zorg. Daarvoor werd een speciaal punt opgericht, waarvoor een ambtenaar bij ons werd gedetacheerd en CIPO de ondersteuning en pr leverde. Dat is later weer overgeheveld naar het HOF; alweer een duidelijk verhaal, want dat is dé club voor het vrijwilligerswezen in Den Haag.
Ontwikkeling bij CIPO en later overheveling naar een andere organisatie, dat werd eigenlijk gemeentelijk beleid. CIPO is goed in het opzetten van dingen. Wij waren daardoor ook betrokken bij zaken die niet alléén ouderen betroffen. Daar liepen we niet voor weg en we kregen er soms ook veel subsidie voor, maar het is dan logisch dat op een gegeven moment wordt gezegd: we willen niet dat alles bij CIPO zit en/of blijft. De gemeente is ook jouw broodheer. Die betaalt, bepaalt het beleid en wie daarvoor wordt ingezet – maar binnen dat kader kun je heel veel kanten uit. Met het eigenlijke werk bemoeit men zich ook niet – maar dus wel met de grote lijn. Als de golf zó gaat, moet jij zó met die golf mee.

Buikpijn
Buiten dat alles: de ouderendag en de Sociale Gids, dát is CIPO. Het zijn de ankers van de organisatie in Den Haag. Intermediairs die ons niet kenden, bleken vaak wel de gids te kennen. Instellingen kwamen graag naar de 55+ Beurs. Die heeft altijd drie gezichten gehad: een informatiemarkt, een podiumprogramma en andere activiteiten. Dan nodigden we bijvoorbeeld de lijsttrekkers van alle politieke partijen uit om hun zegje te komen doen. Sociaal raadslieden waren aanwezig voor het invullen van formulieren. We hebben een woonthema gehad met woningcorporaties. Spandoeken opgehangen tussen het stadhuis en Hulshof! En we sloten altijd af met een theedansant. De basis was altijd het beursgedeelte, want wij zijn en blijven natuurlijk een organisatie die informatie slijt. De stands zijn ook nooit gratis geweest, organisaties moesten altijd betalen om er te staan.
In 1998 bleek bij de voorbereidingen dat we een organisatie moesten inhuren om de opstelling voor de volgende beurs professioneel uit te tekenen. Dat was een ijkpunt: we groeiden, we konden dat gewoon zelf niet meer, het gebeuren groeide ons boven het hoofd.
Toch heb ik er ook wel eens geen gat meer in gezien. Dat was het geval bij de uitbreiding van de Vraagwijzer met nieuwe modules. Daarvoor zouden we anderhalve ton krijgen van Europa, maar de beschikking was er nog niet terwijl we al begonnen en bezig waren. Toen de aap uit de mouw kwam, bleek er maar een halve ton over de brug te komen. In mei was ineens de bankrekening leeg. We hebben meer dan een halfjaar van gemeentelijke spoedoverboekingen moeten leven. Dat was een periode van buikpijn, ja bijna een maagzweer… Ook voor de ambtenaren en de wethouder was de hele toestand teleurstellend en tricky. Sinds dat moment heb ik altijd geleefd volgens het principe: ik doe niets voor ik het geld of een beschikking heb. En ik heb gezorgd voor een financiële reserve, tot er een moment kwam dat de accountant en de gemeente zeiden: pas op, je reserve is te groot, daar is het geld niet voor, uitgeven die handel!

Nutshuis
In 2006 kregen we weer te maken met een huisvestingsprobleem, maar werden we gered door ons netwerk en onze bekendheid in Den Haag. Ik wilde balie en kantoor van onze organisatie heel graag samenvoegen, maar makelaars kwamen steeds aan met panden waar we helemaal niets aan hadden. Dus liet ik het maar zo. Tot de bibliotheek en CIPO een verschillende visie bleken te hebben en de directeur van de bieb iets anders wilde voor de plek op de eerste etage. Wij konden naar de vierde etage, maar dat wilden we natuurlijk niet. Destijds werd ook Het Nutshuis door het Fonds 1818 verbouwd tot een kantorencentrum voor ideële instellingen. Wij hadden bij een inventarisatie onder instellingen eigenlijk al te kennen gegeven geen belangstelling te hebben voor een verhuizing daarheen, omdat alles nog pais en vree was met de bibliotheek. Toch ventileerde het Fonds 1818 op zekere dag in de krant: wij gaan met een aantal organisaties in Het Nutshuis zitten en CIPO is een van de eerste! Wij wisten van niets, maar het kwam op dat moment heel goed uit.
Zo konden we onze wens realiseren: balie en kantoor van onze organisatie eindelijk samen, en op de begane grond. Pas na de verhuizing naar Het Nutshuis ontstond er iets van eenheid tussen die twee geledingen van CIPO. Tot dan toe was de balie altijd apart geweest en het heeft ook even geduurd voor onze publieksvoorlichters het gevoel hadden dat ze bij de organisatie hoorden. Ze voelden zich apart.
Het Nutshuis gaf ons een heel andere uitstraling dan de Torenstraat, en het was ook wel eens goed om die verandering te ondergaan. We hebben besloten tezelfdertijd de huisstijl te vernieuwen. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde gehad binnen de organisatie. Veel medewerkers hingen sterk aan de oude huisstijl. De verhuizing uit dat eigen hokje, samen met die verandering van huisstijl, was best een zwaar gelag. En kijk nu: we hebben een geweldig leuk team, allemaal aparte persoonlijkheden met wie het toch goed gaat.

Vooruitstrevend
Wat ik de belangrijkste verworvenheid van CIPO vind? De goede naam die we hebben. We staan bekend als flexibel – we doen veel dingen – en als gedegen – onze informatie is op kennis gebaseerd.
En waar ik met heel veel plezier op terugkijk, dat is de Vraagwijzer. Daar is lang niet altijd voldoende pr aan gegeven, maar dat wij zelf zo’n mooie database hebben ontwikkeld vanuit een simpele kaartenbak, daar ben ik heel erg trots op.
En het beeld dat ik van CIPO meeneem, het plaatje dat ik van de organisatie in mijn hoofd houd, is dat van de drukte, de vele verschillende dingen tegelijkertijd. Ik heb het zo lang volgehouden omdat iedere dag anders was en er zo veel gebeurde. Projecten, gidsen, pr-campagnes; en ieder element had zo zijn eigen uitstraling.
CIPO is altijd heel vooruitstrevend geweest. Ik ga liever vooruit dan dat ik sta. Wij waren lang het enige CIPO in Nederland, dus iedereen wilde graag bij ons komen kijken. In Delft heeft iemand die bij ons heeft gewerkt een soort kopie van ons opgezet. In heel veel gevallen van ons werk was er niets voorhanden, geen voorbeelden, en moesten we zelf iets gaan ontwikkelen. Dat was ook het leuke van ons werk. Ik ben nooit bang geweest om dingen uit te proberen.’